Mohamed Ridouani na één jaar burgemeesterschap “Ik heb mij heel lang allochtoon gevoeld"

Mohamed Ridouani kan zich al een jaar burgemeester van Leuven noemen. De Vlaamse media introduceerden hem als “de eerste allochtone burgemeester”. Maar wie is de man die de sjerp van de Leuvens icoon Louis Tobback overnam en de harten van de Leuvenaars wist te veroveren?

U bent nu één jaar burgemeester van Leuven. Hoe heeft u dat eerste jaar beleefd?
“Dat is heel goed meegevallen. Als burgemeester sta je dicht bij de mensen en ben je heel aanspreekbaar. Ze zien je niet als politicus, maar als een publiek vertrouwenspersoon. Ik vind dat fijn, maar wel intensief. We hebben in Leuven ook een nieuwe coalitie: met de drie partijen vormen we een hecht team. Ik heb veel hoop voor de toekomst.”

U heeft recent nog het partijvoorzitterschap geweigerd. In het verleden weigerde u om schepen te worden en ook over het burgemeesterschap heeft u even getwijfeld. Hoe komt dat steeds?
“Ja, dat is een rode draad in mijn leven (lacht). Het is een eerste reactie wanneer zaken op mijn pad komen. Ik ben niet iemand die zich zomaar politieke mandaten gaat toe-eigenen. Wanneer ik voorstellen krijg, denk ik daar eerst heel goed over na. De eerste keer deelnemen aan de verkiezingen van de gemeenteraad was voor mij al bizar. Ik had geen politieke achtergrond en binnen de Marokkaanse gemeenschap had de politiek niet echt een positieve connotatie. Uiteindelijk ben ik toch die wereld ingestapt. Telkens als ik met Louis Tobback sprak, werd ik getriggerd. Hij zei me dat politiek de aangewezen richting is wanneer je in de samenleving het verschil wil maken. Dat heeft mij uiteindelijk overgehaald. Ja, het partijvoorzitterschap heb ik recent geweigerd. Ik ben iemand die zeer plichtsbewust is. Velen zeiden me dat dit wel eens een politieke springplank kon zijn, maar ik ben als burgemeester verkozen voor zes jaar. Als ik voorzitter zou worden, dan zou dit betekenen dat ik Leuven moet verlaten, en dat vond ik niet oké.”

Op welke manier wou u in de politiek het verschil maken?
Het feit dat je via het onderwijs iets kan betekenen voor heel veel jongeren, heeft mij uiteindelijk de stap naar de politiek doen zetten. Naast mijn toenmalige job bij Deloitte, probeerde ik al kwetsbare jongeren te helpen. Met mijn vereniging, VZW Ahlam, hielpen we scholieren met studeren en probeerden we hen te motiveren. Ik ben ervan overtuigd dat je met het onderwijs echt stappen vooruit kan zetten in het leven. Dus door schepen van Onderwijs te worden kon ik daar het verschil maken. De emancipatie en vooruitgang van mensen hebben mij altijd gedreven.”

Onderwijs ligt u duidelijk na aan het hart. Het was de reden voor uw politiek engagement. Hoe was u zelf als kind?
“Ik was vrij ijverig en kreeg thuis veel motivatie van mijn ouders. Zij komen uit het Rifgebergte in het noorden van Marokko, waar weinig mogelijkheden waren. Een echt arbeidersgezin, zoals de meeste Marokkaanse gezinnen toen. Ze hebben mij altijd aangemoedigd. Ik was de oudste thuis en dan heerste er wel de verwachting dat ik het moest waarmaken. Ik denk dat die verwachting een rol heeft gespeeld. Ik probeerde altijd goed mijn best te doen op alle vlakken.”

Toen u kandidaat-burgemeester werd, was nochtans niet iedereen binnen uw partij meteen enthousiast. Hoe kwam dat?
“We zaten als partij op een kruispunt. Ten eerste moest iemand als Louis Tobback vervangen worden. Hij was een politiek monument en haalde heel veel stemmen binnen. Men twijfelde of ik hem zou kunnen vervangen. Ten tweede speelde de toestand van de partij ook een grote rol. Onze partij deed en doet het nog steeds niet zo goed. Velen vroegen zich af of we wel zouden overleven na de verkiezingen. Een derde reden, die veel persoonlijker is, was de twijfel binnen de partij om met iemand met de naam Mohamed naar de verkiezingen te trekken, in tijden van extremisme en aanslagen.”

Hoe voelde u zich daarbij?
“Eerlijk gezegd kon ik daar wel inkomen. Ik heb mij die vragen zelf gesteld. Is men klaar om op iemand zoals ik te stemmen? Gaat Jan Modaal dat doen? Als schepen voelde ik mij op de een of andere manier door mensen gewaardeerd, maar als burgemeester ligt dat helemaal anders. Door met Louis Tobback te spreken wist ik dat Leuven de plek is waar zoiets mogelijk zou zijn. Het is gelukt. Bij de bekendmaking met al die camera’s voor mijn neus, heb ik ook gezegd dat dit een belangrijk signaal is. Het betekent dat je in Leuven, ongeacht je geloof en achtergrond, je dromen kan waarmaken.”

Ik herinner mij dat u in die speech ook zei dat u nooit een punt heeft gemaakt van uw afkomst. Leg mij eens uit hoe u zelf een punt kan maken van uw achtergrond.
“Euh (aarzelt). Ik heb nooit een punt gemaakt van mijn Marokkaanse origine. Ik baseerde mij niet op mijn achtergrond om iets te bereiken. Ik loop daar niet mee te koop, maar verberg het zeker ook niet. Ik ben er trots op. Heb ik het echt zo verwoord? Ja, ik denk dat ik het dan echt zo heb bedoeld.”

De kranten kopten de dag na uw overwinning dat Leuven een ‘eerste allochtone burgemeester’ had. Wat vond u van die omschrijving?
“Daar is veel over gezegd. Dat is eigenlijk wat ik bedoelde in mijn speech. Ik ben nooit naar de verkiezingen gestapt met het idee om de eerste allochtone burgemeester te worden. Dat heb ik nooit uitgespeeld. Ik heb altijd een algemeen maatschappijbeeld naar voren geschoven, zonder mijn achtergrond te verloochenen of te verbergen. Eerlijk gezegd word ik van die term warm noch koud. Natuurlijk zegt het veel als je ziet dat veel mensen er nog steeds bijna door geobsedeerd zijn. Aan de andere kant vind ik het een positieve boodschap dat iemand met een Marokkaanse achtergrond burgemeester kan worden.

U won in mei de Dunia-prijs, een prijs voor mensen met Afrikaanse roots die uitblinken binnen hun vakdomein. Hoe voelde u zich daarbij?
“Ik voelde mij daar vereerd door, maar ik vraag daar niet achter. Ik hoef zoiets niet elke dag of elk jaar te winnen. Als dat kan helpen om de boodschap uit te dragen dat alles mogelijk is, vind ik het iets goeds. Veel jongeren met migratieachtergrond zijn er nog steeds niet van overtuigd dat ze hier zaken kunnen verwezenlijken. Eerlijk gezegd: dat idee heb ik zelf ook gehad. Ik heb mij lang allochtoon gevoeld. Dus dat is een drempel waar je over moet, in mijn geval toch.”

Uw ouders kwamen begin jaren 70 naar België. Hoe zag Vlaanderen er toen uit?
“Veel witter in ieder geval (lacht). Mijn vader kwam als eerste, nadien volgden zijn broers. Hij begon als arbeider. Dat was toen ook met het idee om zo snel mogelijk geld te verdienen en terug te keren. Ze noemden hen dan ook gastarbeiders. De Belgen waren er ook van overtuigd dat wij zouden terugkeren. Pas in de jaren ‘90 besefte men in België dat de Marokkaanse gemeenschap in België zou blijven. Ik herinner mij de campagne van het toenmalige Vlaams Blok op de VRT. De slogan luidde toen: “Royal Air Maroc, terug naar uw land.” Op de publieke omroep hé. Ik heb dat heel bewust beleefd. Ik was toen elf jaar. Toen bestond de twijfel of we al dan niet zouden moeten terugkeren.”

Hoe voelde u zich als kind daarbij?
“Zoals de meeste jongeren van vreemde origine: ik voelde me aangevallen en ik was bang. Dat waren bijzondere momenten. Ik heb dat redelijk sterk beleefd. Vandaag zie je dat het nog niet helemaal juist zit.”

Gaat u nog op vakantie naar het geboorteland van uw ouders?
“Ja, vroeger gingen wij elk jaar met de familie met de wagen naar Marokko. We waren dan drie dagen onderweg. Dat was traditie. De laatste jaren is dat iets minder. Vorig jaar ben ik nog wel gegaan. De kinderen waren toen ook mee. Zij zijn trots op dat deeltje van hun identiteit. Ik heb daar nog heel wat familie wonen. Mijn oma woont daar nog, die is diep in de negentig. Ze is helaas nu een beetje aan het dementeren. Ik heb daar nog ooms, neven en nichten die ik waarschijnlijk ook niet allemaal even goed ken. Ik ben dus nog verbonden met de plek van mijn voorouders.”

U krijgt vandaag zelf veel haatberichten omwille van uw afkomst. Sommige zijn ook gericht naar uw gezin. Heeft dat een invloed op het gezinsleven?
“Ik probeer mijn gezin daar maximaal van af te schermen. Mijn kinderen zijn nog heel jong, acht en zes jaar. Die zijn zich daar nog niet helemaal van bewust, hoop ik. Ik ben een publieke figuur, dus ik neem dat er wel bij. Ik hoop gewoon dat ik mijn gezin zoveel mogelijk kan weghouden van de hatelijkheden. Mensen zijn veel explicieter geworden en sinds de verkiezingen is het alle remmen los op sociale media. Ik hoop dat het niet te vaak en niet te dichtbij komt.”

Zou u uw kinderen aanraden om in de politiek te gaan?
“Dat is een heel goeie vraag. Ik zou hen niet tegenhouden. Ik zou hen wel aanraden, zoals Tobback bij mij heeft gedaan, om iets te doen waarmee je iets kan betekenen voor anderen. In de politiek kan dat natuurlijk bij uitstek. Je kan het ook doen door je ergens vrijwillig voor in te zetten of als journalist bijvoorbeeld. Ik zal mijn kinderen adviseren een maatschappelijk taak op te nemen, binnen of naast hun werk. Voor de rest staat het hen vrij om met hun leven te doen wat ze willen.”

Betrekt u de kinderen bij bepaalde maatschappelijke thema’s?
“Vooral mijn oudste zoon toont vaak interesse in alles wat met geografie te maken heeft. Bij de jongste is dat veel minder, die is vooral met voetbal bezig. Ik probeer daar wel over te spreken. Bijvoorbeeld wanneer Trump op televisie is en de kinderen aangeven  dat hij een slechte leider is. Dan proberen we als ouders hierop in te pikken en te vragen waarom dat nu wel of niet zo is. Wat ik wel opmerk is dat kinderen vaak kleurenblind zijn. Die kijken met een open blik naar de dingen in het leven, maar wij leren ze wel aan om een verschil te zien. Dat is toch interessant?”

Uw vrouw heeft een groot aandeel in uw emotionele en mentale stabiliteit. Is dat iets waar u ooit mee heeft geworsteld?
“Nee, maar ik voel wel sinds ik getrouwd enige rust. Ik heb mijn gezin en mijn vrouw waarbij ik altijd terecht kan. Voor mij betekent dat heel veel. Ik ben constant bezig en ik krijg veel te horen. Ik ben bezig met zware dossiers en er zijn ook een pak problemen die opgelost moeten worden. Mijn gezin is mijn hoeksteen en stabiliteit in het leven. Ik vind familie sowieso in het algemeen belangrijk, maar mijn gezin is daarin wel fundamenteel.”

Waar houdt u zich naast de politiek mee bezig?
“Er is weinig tijd als je in de politiek zit. Ik doet dit zo graag, dat het eigenlijk hobby is. Als er tijd is, ga ik graag met het gezin naar de Ardennen. De tijd die ik vrij heb gaat grotendeels naar hen en daar stopt het dan ook vaak (lacht).”

Wat zou u nog in het leven willen bereiken?
“Ik ben zeer gelukkig vandaag. Ik heb in mijn leven al veel dingen mogen doen en heb veel kansen gekregen. Ik heb voor Deloitte mogen werken, dat was ook heel mooi. Dat was cruciaal voor mijn groeiproces. Ik mag burgemeester zijn van zo’n prachtige stad. Ik hoop die goed te dienen tot aan het einde van mijn mandaat. Persoonlijk hoop ik mijn kinderen iets te kunnen bijbrengen, zodat ze gezonde en kritische volwassenen kunnen worden die hun dromen najagen.”

Waar gelooft u in dit leven in?
“Ik ben moslim. Ik geloof dat er na dit leven nog iets is. En dat we hier ook taken hebben. Een van de belangrijkste is om zo goed mogelijk te zorgen voor de mensen rondom ons. Dat kan gaan van je eigen familie tot je gemeenschap, stad of planeet. Ik geloof dat je hier positief aan moet bijdragen, want je moet zorgen dat aan het einde van je leven die balans positief is.”

Minister-president of premier van België?
“Aha, premier hé. Ik heb dan meer te zeggen (lacht). De Minister-president heeft ook een grote verantwoordelijkheid. Hier wordt de basis gelegd voor het Vlaamse onderwijs en dat is nu net een thema dat me na aan het hart ligt. Toch zijn de bevoegdheden op Vlaams niveau beperkt. Op federaal vlak gaat het over veel grotere thema’s, zoals internationaal beleid. Daar komt dus veel meer bij kijken. Ik ben nogal aan België gehecht en ik vind die verschillende gemeenschappen en hun confrontaties interessant. Uiteindelijk is premier worden geen ultieme droom. In de politiek is trouwens weinig zeker. Ik hoop ooit nationaal een rol te kunnen spelen, maar we zullen zien. Ik zal alleszins mijn best doen.”

 

**

Dit artikel werd overgenomen van StampMedia © 2020 - foto's: Mustafa Körükçü