Hoort N-VA op de Belgian Pride?

Waarom riep de aanwezigheid van N-VA op de afgelopen Belgian Pride zoveel aversie op? Werkelijke inclusie bereiken we niet door de ene minderheid tegen de andere uit te spelen, vinden Fourat Ben Chikha en Pascal Debruyne.

Stel je voor dat we een minister van Gelijke Kansen hadden, die vindt dat holebi- en transfobie relatief zijn. En die zelfs het volgende zou durven beweren: “Jullie doen alsof het een gruwel is, een misdaad tegen de menselijkheid”. Of: “Holebi- en transfobie worden gebruikt als excuus voor persoonlijk falen.” Te gek voor woorden, toch? Maar als we jullie vertellen dat minister Liesbeth Homans eigenlijk niet holebi- en transfobie relativeert, maar wel racisme. Vinden we dit nog steeds te gek voor woorden? Blijkbaar niet, en net daar wringt het schoentje. 

Sinds haar aanstellen heeft Homans nog geen enkele kans onbenut gelaten om racisme te relativeren. Als het gaat over de LGBT-community is het duidelijk dat deze een bevoorrechte positie inneemt in het landschap van gelijke kansen. Een geprivilegieerde positie waar slachtoffers van racisme enkel maar van kunnen kunnen dromen want hun strijd is duidelijk minderwaardig. De strijd tegen racisme vindt geen gehoor bij beleidsmakers. Zelfs waar het gaat om ruimte te maken voor positieve actie, moeten organisaties het onderste uit de kan halen. Terwijl het wetenschappelijke bewijs overduidelijk in een richting wijst: er is een structureel probleem van racisme en discriminatie.

Wat als we tegen een slachtoffer van homofobie zouden zeggen dat hij zich maar niet zo ‘anders’ had moeten gedragen, zouden we dit ook zomaar laten “passeren”? Is dat ook een individuele kwestie, een cultureel probleem of een excuus voor persoonlijk falen? Met enige zekerheid kennen we het antwoord op deze vragen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat holebi’s en transpersonen die slachtoffer zijn van racisme zich niet vertegenwoordigd voelen door de N-VA. Bovendien, door het relativeren van racisme, normaliseren we het verder en elimineren we elk draagvlak om iedere vorm van uitsluiting met evenveel daadkracht te bestrijden. Om maar te zwijgen van de verwevenheid van N-VA en de N-VA-jongeren met clubjes zoals Schild & Vrienden en het KVHV, die een anti-LGBTQI-praktijk cultiveren. Onlangs mocht de woordvoerder van Schild en Vrienden nog op Terzake uitleggen waarom volgens hem transpersonen eigenlijk lijden aan een mentaal ziektebeeld uit de diagnostische bijbel van de DSM V.

“Zet die plaat af”

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat een partij zoals N-VA, die van polarisatie haar handelsmerk heeft gemaakt, zoveel aversie oproept op een Belgian Pride. Nee, geweld is nooit de oplossing. Maar geweld kent verschillende vormen en gezichten. Of zoals de vader van Ihsane Jarfi het telkens opnieuw zegt: “Je kan niet ten strijde trekken tegen homofobie en racisme oogluikend toestaan”.

Of N-VA een plaats heeft op de Belgian Pride? Het antwoord hierop is vrij simpel. Onderschrijft N-VA het anti-discriminatie charter waarin de Belgian Pride uitdrukkelijk vraagt om geen enkel onderscheid te maken tussen de verschillende uitsluitingsmechanismen? De feiten spreken voor zich. Het is tijd om hierin consequent te zijn, wil men geloofwaardig blijven als Belgian Pride en LGBTQI-community. Als het gaat over gelijke rechten, kan men niet warm noch koud blazen. Men kan evenmin aan cherry picking doen, want zoals Audre Lorde zei: “There is no thing as a single-issue struggle because we do not live single-issue lives.

Misschien nog een interessante anekdote. Toen N-VA vorig jaar aanwezig was op de Belgian pride, waar het thema LGBT-vluchtelingen centraal stond, liep er een homoman (gevlucht uit Ghana) samen met zijn lief met de delegatie van de N-VA. Twee dagen later werd de jongeman uit zijn bed getild door de politie en overbracht naar een gesloten asielcentrum. Beide heren hadden intussen een relatie van twee jaar. Niks mocht baten, zelf niet de persoonlijke contacten van de N-VA militant. Uiteindelijk werd de jonge Ghanees teruggestuurd, waar hij om de paar weken van onderduikadres moet veranderen. Zolang partijen zoals N-VA niet voluit gaan voor een inclusieve maatschappij waar er geen opbod meer is tussen minderheden, is het beter dat ze volgend jaar hun kat sturen.

Dus laten we ophouden met ons in bochten te wringen omdat we toch ‘iedereen’ erbij willen, als dit enkel ten koste van andere minderheden gaat. Maar laten we niet vergeten dat niemand van ons echt vrij is tot we allemaal werkelijk vrij zijn. Daarover zou de Belgian Pride moeten gaan. Pas als we het stadium verlaten waar we één minderheid verdedigen ten koste van een andere – wat bedoeld of onbedoeld het homonationalisme versterkt – kunnen we trots zijn op onszelf. Dat vraagt zowel om grenzen te trekken aan onverdraagzaamheid ten aanzien van alle vormen van onderdrukking, als de diverse vormen van onderdrukking als vervlochten te zien.

Daarom: nee, N-VA hoort voor ons niet thuis op de Belgian Pride.



Over de auteur:

Fourat Ben Chikha is LGBTIQ-activist
Pascal Debruyne is verbonden aan de UGent

 

foto: © Susan Banafti, via DeWereldMorgen