[Reisverhaal] Bahram in Koerdistan Dag 11: Zwarte wind

Bahram Maaruf (22) keert samen met zijn vader, een voormalig guerillastrijder, terug naar Koerdistan. Dit is zijn reisverhaal. Bahram in Koerdistan Dag 11: Zwarte wind
[Reisverhaal] Bahram in Koerdistan Dag 11: Zwarte wind

Zonsondergang boven Kirkuk, tussen de velden.

 

Ik ben Bahram, 22 jaar oud en studeer sociaal-cultureel werk aan de Katholieke Hogeschool Leuven. Mijn vader is een oud guerillastrijder uit Iraaks Koerdistan. Ik heb dit jaar besloten om terug te keren naar Koerdistan en te observeren hoe het sinds de bevrijding door de Amerikanen veranderd is. Ik spreek de taal zelf nog maar een klein beetje maar heb mijn vader om mij bij te staan en voor mij te vertalen. In functie van mijn studies schrijf ik dit verslag over mijn bevindingen als ontdekker en avonturier.

Zwarte wind

Deze nacht sliep ik nog eens in een echt bed. Op de meeste plaatsen slapen ze hier op de grond en dat is toch niet echt zo comfortabel. Voor de verandering in een bed slapen kan echt wonderen doen. Wat er buiten gebeurde is echter minder fijn. Sulaymania werd geteisterd door een zware storm. De windstoten waren zo hevig dat in en rond de stad alles wat niet goed vast zat, werd weggeblazen. Hier noemen ze dat zwarte wind. Soms zijn er jaren dat er geen zwarte winden zijn maar dit jaar kwam er toch eentje.

Heel het winkelgedeelte van de stad is onder water gelopen omdat het lager gelegen is en de riolering het overtollige water niet aankon. Ook buiten de stad, in de bergen, is het beginnen sneeuwen en in de ochtend kan je een mooi sneeuwtapijtje zien liggen op de heuvels rond de stad. Ook Piramagrun steekt nog steeds in de wolken.

De modderpoel

Wanneer we naar buiten lopen, valt het mij op dat de temperatuur serieus gezakt is. Het is zelfs koud in vergelijking met de 20°C die we tot nu toe gewend waren. Ik moet voor de eerste keer deze vakantie een jas aantrekken.

We rijden samen met de vriend van mijn vader naar zijn stuk grond in de bergen waar hij een huis aan het bouwen is. Dat stuk grond ligt aan de achterkant van Piramagrun en terwijl we stijgen met de auto, begin ik overal wat sneeuw te zien. Ook op de flank van de berg ligt een dun laagje sneeuw. De top kan ik ook niet meer zien want er hangt een dikke laag wolken over.

We verlaten de asfaltweg om een zandweg bedekt met stenen op te rijden. Het zand is echter geen zand meer maar is veranderd in een dikke laag modder die blijft plakken aan je schoenen als je erdoor wandelt. Gelukkig hebben we een 4×4 die met gemak over het wegje rijdt. Onderweg komen we een buur tegen die met zijn auto vastzit op het wegje vlak voor zijn oprit. Zijn auto staat dwars over de weg dus we kunnen er niet langs. Hij is echter nergens te bekennen.

We toeteren enkele keren en hij verschijnt samen met zijn zoon. Hij heeft geen 4×4 en probeert zijn auto los te rijden. Dit heeft geen zin want hoe meer gas hij geeft hoe dieper de wielen in de modder komen te zitten. Enkel een traktor kan hem eruit krijgen.

We besluiten om hem zelf te proberen lostrekken met onze auto en vragen hem achteruit te rijden, wat nog net lukt. We rijden zijn oprit op en maken de voorkant vast aan onze auto. We trekken hem met alle gemak los uit het slijk. Dat hebben we dan ook weer meegemaakt. Dit land heeft over het algemeen zeer goede asfaltwegen maar zodra je je op de kleine zandwegen begeeft, is een terreinwagen bijna onmisbaar.

Peshmarga

Mijn vader vertelt me dat zodra het begint te regenen of te sneeuwen het land verandert in een laag modder die blijft plakken aan je schoenen. Lopen wordt bijna onmogelijk en je schuift om de haverklap uit. Stel je dan voor dat je als guerillastrijder alles te voet moest doen en de bergen je achtertuin waren. Je moest geregeld rennen voor je leven en als het land een modderpoel werd moet dit echt een hel geweest zijn. Toch waren de peshmarga’s de meest gevreesde en dappere strijders die dit land gekend heeft. Voor elke peshmarga die gedood werd, stierven er honderd Iraakse soldaten.

Ze kenden het land perfect en hadden hun tactieken tot het uiterste verfijnd. De Iraakse soldaten werden vaak gedwongen om dienst te nemen en hadden maar een oppervlakkige training gehad. Ook waren ze als de dood voor de guerillastrijders omdat ze wisten hoe onbevreesd en dapper die streden.

Peshmarga is een Koerdisch woord en betekent: ik heb de dood achter mij gelaten. Pesh betekent achter, marga betekent dood. Ze zijn bereid te sterven voor hun volk. In de jaren zeventig waren de peshmarga’s op een gegeven moment nog maar met ongeveer 10.000. Ze streden tegen een leger van twee miljoen manschappen. Mijn vader is peshmarga geweest en de dingen die hij heeft meegemaakt kan ik mij amper voorstellen. Een doorsnee persoon zou gek worden van de gruwelijkheden die hij gezien en gevoeld heeft. Marteling, ondervoeding, stress, angst… zijn nog maar enkele voorbeelden. Ik heb immens veel respect voor hem en ik ben trots om hem mijn vader te mogen noemen.

© 2014 – C.H.I.P.S. StampMedia – Bahram Maaruf