Is er sprake van een kentering in het racismediscours?

De afgelopen week zag ik 2 media-items die me hoopvol stemmen voor de toekomst van onze diverse SAMENleving. In beide media-items trok een jonge politicus ondubbelzinning van leer tegen racisme en discriminatie.
Is er sprake van een kentering in het racismediscours?

Het is aangenaam vast te stellen dat, 9 maanden nadat Liesbet Homans (N-VA) in DS Magazine verkondigde dat racisme relatief is, jonge politici met veel overtuiging en zonder schroom duidelijk stellen dat racisme een reëel probleem is dat - ook politiek - aangepakt moet worden.

 

De afgelopen week zag ik 2 media-items die me hoopvol stemmen voor de toekomst van onze diverse SAMENleving. In beide media-items trok een jonge politicus ondubbelzinning van leer tegen racisme en discriminatie. Niet zozeer de aanklacht op zich stemt me hoopvol, want racisme wordt al jaren aangeklaagd, maar de verfrissende assertiviteit waarmee het probleem aan de kaak wordt gesteld door politici is mijn inziens vernieuwend en zelfs hoopgevend.

Ik zag eerst een gesmaakte interventie van Jos D’haese (pvda+) tijdens een lijsttrekkersdebat op de regionale zender ATV die discriminatie op de arbeids- en huisvestingsmarkt uitdrukkelijk veroordeelde. Hij gaf immers te kennen dat hij het kotsbeu is dat Mohamed en Jos in het Vlaanderen van 2014 nog steeds geen gelijke kansen hebben wat betreft het vinden van een baan of een huurwoning. Zowel zijn verontwaardiging als de urgentie in zijn intonatie voor de aanpak van deze problematiek waren beklijvend.

Enkele dagen later zag ik in Terzake Kristof Calvo (Groen) een vraag stellen aan Barbara Pas (Vlaams Belang) over waarom haar partij energie blijft steken in het stigmatiseren en het tegen elkaar opzetten van mensen. Niet onmiddellijk een vraag die men in het format van Terzake verwacht maar des te meer een bijzonder politiek terechte vraag als je weet dat ‘de politiek’ een gezaghebbend instrument is om een samenleving vorm te geven. Het werd tijd dat deze vraag eens rechtstreeks en in prime time op de openbare omroep gesteld werd.

Beide mediaoptredens waren voor mij verfrissend én emanciperend.

Ten eerste omdat het thema racisme en discriminatie een onderwerp is die de grote meerderheid van politici (ook diegenen met een migratieachtergrond) lang leken te vermijden omdat het thema wellicht electoraal niet aantrekkelijk is en omdat racisme moeilijk bespreekbaar is in Vlaanderen.

Ten tweede omdat het de eerste keer is dat racisme en discriminatie expliciet aan de kaak gesteld worden zonder te vervallen in een minimaliserende slachtofferrol. Het is aangenaam vast te stellen dat, 9 maanden nadat Liesbet Homans (N-VA) in DS Magazine verkondigde dat racisme relatief is, jonge politici met veel overtuiging en zonder schroom duidelijk stellen dat racisme een reëel probleem is dat - ook politiek - aangepakt moet worden.

Ik vraag me werkelijk af of we nu allen geprivilegieerde getuigen zijn van een kentering in het racismediscours in Vlaanderen en of deze kentering – ook na de naderende verkiezingen in mei - zal uitgedragen worden door een generatie politici waarbij het divers samenleven vanzelfsprekend is, die het racisme onder geen beding verder willen toelaten, en die hier ook een daadkrachtig beleid voor zullen uitekenen.

Als dit het geval is, dan denk ik dat we met een gunstige grondstroom zitten die de sociale cohesie ten goede zal komen.

Rina RABAU