Zwarte Piet: alleen een kwestie van racisme, of ook seksisme?

Het is inmiddels een jaarlijks terugkerend gebeuren, dat de kop opsteekt zo ergens vanaf half november. De vraag wordt gesteld naar het racisme van onze Goedheiligman. In Nederland speelt de discussie langer en breder dan in België.
Zwarte Piet: alleen een kwestie van racisme, of ook sek
 

 

Het is inmiddels een jaarlijks terugkerend gebeuren, dat de kop opsteekt zo ergens vanaf half november. De vraag wordt gesteld naar het racisme van onze Goedheiligman. In Nederland speelt de discussie langer en breder dan in België. Dit heeft waarschijnlijk te maken heeft met het feit dat Sinterklaas in Nederland door jong en oud gevierd wordt en erg prominent in de reclame en het straatbeeld aanwezig is, terwijl het in België op kleinere schaal (enkel voor kinderen) gevierd wordt en in het publieke leven ook minder aanwezig lijkt te zijn. Niettemin is de vraag dezelfde: is het fenomeen Zwarte Piet racistisch en zo ja, wat doen we er dan mee? Menigeen buitenlands bezoeker reageert verwonderd, of beter gezegd verbijsterd, bij het aanschouwen van beelden van de witte autoritaire blanke man en zijn infantiele en koddige zwarte helper. Twee weken geleden bezocht een Britse vriendin Amsterdam en kwam op straat Sinterklaas met Pieten en een horde kinderen tegen. Met het schaamrood op mijn kaken moest ik dit onnavolgbaar cultureel verschijnsel vervolgens uitleggen. Misschien had ik haar beter van te voren voorbereid, dan was de schok wellicht minder groot geweest..?

Toch is menigeen witte Nederlander dan wel Belg flink op zijn/haar zieltje getrapt als de vraag naar racisme wordt gesteld. Toehoorders en lezers schieten vaak in een kramp en vervolgens in twee defensieve reacties. Allereerst wordt gesteld dat Zwarte Piet enkel maar zwart is geworden van het roet doordat hij zo vaak door schoorstenen kruipt. In de tweede plaats wordt gezegd dat Zwarte Piet en de zwarte medeburger totaal verschillende zaken betreft, en dat ook heus kinderen die twee zaken niet met elkaar verwarren. Beide defensieve reacties fungeren op dezelfde manier: een kritische reflectie op de koloniale erfenis en racisme – en meer nog: op witte privileges – wordt consequent uit de weg gegaan. Het eerste argument valt gemakkelijk te weerleggen door te wijzen op de krullen, rode lippen en kleurige outfit van Zwarte Piet – komt dat werkelijk allemaal door de schoorsteen..? En je hoeft enkel maar de geschiedenisboekjes open te slaan en te zoeken naar het ontstaan en de ontwikkelingen in Sinterklaas als culturele traditie om tot de conclusie te komen dat het vorm en inhoud kreeg binnen welbepaalde sociaal-economische contexten, waarbij de koloniale tijd en raciale verbeeldingen rond koloniale subjecten grote sporen hebben achtergelaten. Ondanks de ongeloofwaardigheid van deze stelling, neemt wit Nederland/België toch massaal de toevlucht tot het welbekende schoorsteenverhaal. Het tweede argument is minder bizar, maar naar mijn nog idee schadelijker. Niet alleen de banale ontkenning, maar ook het vasthouden aan het idee dat er een wezenlijk onderscheid bestaat tussen beeldvorming/cultuur en de ‘echte’ zwarte medemens komt voort vanuit een bepaalde machtspositie. Men kan dit enkel argumenteren door volledig voorbij te gaan aan getuigenissen van zwarte medeburgers over de manieren waarop zij rond deze tijd van het jaar door kinderen worden bekeken als of zelfs uitgescholden voor Zwarte Piet, en dit als beledigend en denigrerend ervaren. Ik kan mijzelf een voorval uit mijn kinderjaren herinneren, waarbij ik bij de bakker een zwarte man aanwees en luidop vroeg of dat dan een Zwarte Piet is, en mijn moeder mij daarop vol schaamte toe siste dat die meneer geen Zwarte Piet is maar ‘gewoon een meneer met een donker velletje’. Ik begreep indertijd niet wat ik fout had gedaan, en ook niet waarom mijn moeder zich zo schaamde. Ik stelde de vraag vanuit de onschuld van een kind dat zojuist heeft geleerd dat de koddige helpers van Sinterklaas zwarte mensfiguren zijn. Aan de stelling vasthouden dat ‘kinderen heus wel het verschil zien’, zegt meer over diegenen die de uitspraak doen, dan over de desbetreffende kinderen. Men houdt vol dat de culturele traditie op zichzelf onschuldig is, en net besmeurd wordt door die spelbrekers die het over racisme willen hebben. Bovendien worden de ervaringsverhalen van zwarte medemensen buiten spel gezet – er wordt niet met hen, maar over hun hoofden gesproken. De vraag naar racisme: dat is dan iets dat we onderling witte mensen wel bespreken en eventueel oplossen, daarvoor hebben we niet de mening en het oordeel van zwarte burgers nodig. Zoals Sarah Ahmed, professor in race and culture studies, het stelt, mensen die racisme of andere structuren van ongelijkheid bespreekbaar willen maken, worden rap weggezet als pretbedervers en spelbrekers (killjoys). Dat het met het inbrengen van een kritische visie op bijvoorbeeld verjaardagsfeestjes ineens voorbij is met de gezelligheid, wordt dan de criticus verweten, in plaats van de onderliggende machtstructuren die ter sprake werden gebracht. Markha Valenta, onderzoeker aan de universiteit van Nijmegen, beschrijft Sinterklaas als tegelijkertijd het bewijs van de voortgaande nationale raciale verbeelding en tegelijkertijd een veelbelovende locatie voor de mogelijkheid van verstoring en transformatie. Het soort van krampachtige defensieve houdingen dat het debat rond Zwarte Piet oproept, houdt helaas tot nu toe de bevraging en transformatie van Sinterklaas als culturele traditie in de richting van iets nieuws qua vorm en inhoud mijns inziens alleszins tegen.

Wat mij echter opvalt, is dat Sinterklaas meestal op het inherente racisme wordt aangesproken, en terecht natuurlijk, maar dat men veelal vergeet de gegenderde kanten ervan aan te kaarten. Na even online te surfen, stuitte ik op een artikel van Janneke Veger in tijdschrift Lover, dat net ook de vraag naar gender/seksisme stelt. Veger stelt dat Sinterklaas zijn autoriteit voor een groot deel ontleent aan de attributen van mannelijkheid die hem toegekend worden. Zwarte Piet, daarentegen, wordt zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken en attributen onthouden, en verwordt daarmee tot een gender-neutraal figuur. De seksuele onzijdigheid van Zwarte Piet is volgens Veger een belangrijke verklaring voor zijn lage status in de context van een binaire verhouding tot Sinterklaas. Ik vind het een interessante denkwijze, maar ga toch niet helemaal akkoord met het idee van Zwarte Piet als een gender-neutraal figuur. Voor mijn gevoel speelt de constructie van mannelijkheid een grote rol in zowel het beeld van Sinterklaas, als dat van Zwarte Piet. Is de Sinterklaasfiguur niet net een van de overblijfselen van het aloude kolonialistische ideaal van de heerschappij en autoriteit van de blanke Europese man over de rest van de wereld? En is de Zwarte Pietfiguur in plaats van een seksueel onzijdige representatie, niet eerder een treffend voorbeeld van een moderne vorm van het pacificeren van de gevaarlijke/exotische/erotische zwarte man, door middel van representatie – zoals de socioloog Stuart Hall het wellicht zou omschrijven? Ik heb Zwarte Piet nooit als onzijdig gezien en ervaren – het niet benoemen van seksuele identiteit wordt dan soms wel gepresenteerd als ‘neutraal’, maar staat in de beeldvorming en cultuur vrijwel altijd impliciet voor het mannelijke. Wat betekent het eigenlijk dat Zwarte Piet altijd (impliciet) mannelijk is, terwijl in het koloniale tijdperk zowel zwarte mannen als vrouwen werden verhandeld en aangekocht als slaven? Ik weet hierop niet het precieze antwoord, maar vermoed wel dat het vandaag de dag goed uitkomt dat Sinterklaas als culturele traditie vanaf de 19de eeuw de zwarte slaaf als helper in het verhaal heeft meegenomen, en niet de zwarte slavin. De mannelijke gender identiteit valt gemakkelijker te deseksualiseren en infantiliseren, ten einde het te abstraheren, zodat het mogelijk wordt te spreken over Zwarte Piet als losgekoppeld van het koloniaal verleden. De vrouwelijke gender identiteit staat immers voor ‘seksueel verschil’, en is daarmee veel minder makkelijk te abstraheren tot iets ‘neutraals’ en politiek ‘onschuldig’.
Hoe kan de analyse van en inzichten in de gegenderde aspecten van Sinterklaas als culturele traditie bijdragen aan antiracistische kritiek en politiek? Met deze vraag verschuiven we de kwestie weer naar de politieke arena, en zijn we terug bij waar we begonnen waren.

Verder lezen.
- Sarah Ahmed, 2010, The Promise of Hapiness, Durham: Duke University Press.
- Markha Valenta, 2010, ‘Saint Nicholas: The Hard Politics of Soft Myths’, in: Open Democracy, http://www.opendemocracy.net/markha-valenta/saint-nicholas-hard-politic…
- Janneke Veger, 2011, ‘No Gender: No Power: Zwarte Piet en zijn tragisch gebrek aan mannelijkheid’, in: Lover, http://www.tijdschriftlover.nl/politiek_en_maatschappij/no_gender_no_po…
- Stuart Hall, 1997, Cultural Representations and Signifying Practices, SAGE.

>>>

i Zie bijvoorbeeld de intiatieven van Zwarte Piet is Racisme: http://zwartepietisracisme.tumblr.com/
ii Zie bijvoorbeeld voor een grappige beschrijving van hoe een Engelsman, woonachtig in Nederland, het fenomeen Sinterklaas poogt uit te leggen aan zijn Britse en Amerikaanse vrienden: http://www.nrc.nl/nieuws/2012/12/01/engelsman-over-pieten-blanken-verkl…