Racisme is geen pesterij

Racisme is geen pesterij. Racisme is niet gewoon wat vooroordelen hebben. Racisme is niet een beetje ‘wij-zij’ denken. Het gaat veel dieper dan dat. Racisme gaat over machtsverhoudingen in de samenleving. Maar blijkbaar werd dat in de mediadebatten van de afgelopen week telkens weer vergeten.

De ene discriminerende uitspraak is de andere niet. De boodschap en impact van een uitspraak wordt steeds mee bepaald door de maatschappelijke context en de aanwezige machtsverhoudingen.

 

Racisme is geen pesterij.

Pesten is steeds een gruwel. Het is een verfoeilijke dynamiek van uitsluiten en kleineren. Maar pesten is ook verbonden met een context. Racisme, daarentegen, steekt overal de kop op. Je kan het niet ontlopen. Het is een structureel fenomeen in de samenleving. Dat zorgt ervoor dat slachtoffers van racisme er zowel op school, in de bus, op het werk, in het verenigingsleven, op café of in eender welke setting mee geconfronteerd (kunnen) worden.

Racisme is niet gewoon wat vooroordelen hebben.

Vooroordelen kunnen soms uitermate hard kwetsen en de communicatie tussen zowel individuen als groepen blokkeren. Maar ze kunnen wel degelijk – zij het vaak met veel moeite – worden weggewerkt door momenten van toenadering en door het doorprikken van stereotypen. Racisme, daarentegen, is een diepgewortelde overtuiging die (vaak onbewust) het hele mensbeeld van mensen beïnvloedt. Dat zorgt ervoor dat één groep in de samenleving allerhande vormen van discriminatie niet alleen ‘normaal’ vindt maar dikwijls ook op verschillende manieren onbespreekbaar maakt.

Racisme is niet een beetje ‘wij-zij’ denken.

Doorgedreven wij-zij denken kan verschillende groepen tegen elkaar opzetten en problematische spanningen teweeg brengen. Maar dat wij-zij denken kan doorbroken worden wanneer het beleid pogingen doet om iedereen in de samenleving aan boord te houden. Racisme, daarentegen, is het gevolg van een machtsspel. Dat zorgt ervoor dat de machtigen in de samenleving de eigen macht zoveel mogelijk proberen bewaren en dat ze diegenen die niet aan hun ‘norm’ voldoen zoveel mogelijk uit machtsposities trachten te weren.

Racisme is dus geen kwestie van twee groepen die wat kwetsende uitspraken naar elkaars hoofd slingeren. Racisme is veel meer dan dat. Het is een kwestie van machtsverhoudingen tussen een dominante groep en achtergestelde groepen. Het is een diepgewortelde dynamiek waarbij de dominante groep zijn eigen machtspositie als ‘natuurlijk’ ervaart. Het is een scheve verhouding waarbij men de achtergestelde positie van anderen ook liefst zo weinig mogelijk in vraag stelt. Wij-zij-denken, vooroordelen en pesterijen zijn slechts dagelijkse uitingen van dat racisme, maar zij zijn niet de kern van de zaak.

Zo bekeken, krijgt heel wat actualiteit van de afgelopen week een andere invulling.

Politieagenten

Wanneer politieagenten in een whatsapp groep uitermate racistische en homofobe ideeën verspreiden, is het probleem niet enkel dat ze niet-door-de-beugel-kunnende uitspraken doen. Het probleem zit vooral in het feit dat diezelfde agenten de volgende dag nog steeds kunnen bepalen wie ze wel en wie ze niet zullen viseren. Het probleem is dat we maar moeten afwachten om te zien of de verantwoordelijken binnen de politiediensten deze keer werkelijk verder zullen gaan dan een ‘vermaning’. Het probleem is dat slachtoffers van politieracisme zich uiteindelijk weinig kunnen verweren hoewel ze zelf de eersten zullen zijn om aangehouden te worden door diezelfde of gelijkaardige agenten wanneer ze een minimale overtreding begaan.

Ik herhaal dus: racisme bij de politie is niet gewoon een vorm van pesterij.

Het taalgebruik van die specifieke agenten is zeker dramatisch, maar hun (potentiële) machtsmisbruik is nog veel dramatischer. Al staat hun taalgebruik in dit geval zeker niet los van hun (potentiële) machtsmisbruik – getuige daarvan het feit dat sommigen dezelfde taal hanteren wanneer ze hun functie uitoefenen.

Praktijktesten en zelfregulering

Een tweede nieuwsfeit waren de resultaten van onderzoek uit de UGent. “Allochtone sollicitanten ontvingen 28 procent minder positieve reacties en 30 procent minder uitnodigingen voor een sollicitatiegesprek dan autochtone kandidaten met dezelfde kwalificaties.” De onderzoekers laten dan ook duidelijk verstaan dat praktijktesten nodig zijn. Maar van zodra Kris Peeters als vicepremier en minister van werk een persbericht de wereld instuurt waarin hij een wetsvoorstel aankondigt dat praktijktesten door de overheid moet mogelijk maken, steigerden sommige andere regeringspartijen. Verschillende argumenten werden aangehaald: niet nodig, te vergaand, te betuttelend, iets dat eerst in andere sectoren moet gebeuren, enz.

Een groot deel van de dominante groep bleef dus zweren bij ‘zelfregulering’ – de eeuwige schaamlap om niets concreet te moeten doen. Zelfregulering zal echter nooit genoeg zijn om het dieperliggende racisme in onze samenleving aan te pakken. Het gaat om structurele dynamieken en die vragen om een structurelere aanpak.

Ik herhaal dus: racisme op de arbeidsmarkt is niet louter een kwestie van wat ‘vooroordelen’.

Het diepste probleem schuilt dus niet in het aanwervingsbeleid van sommige bedrijven – hoe problematisch dat ook is. Het diepste probleem is het feit dat grote delen van de dominante groep geen zelfkritiek verdraagt. Het diepste probleem is dat men de status quo liefst zo veel mogelijk bewaart en het bestraffen van discriminerend aanwervingsbeleid onmogelijk maakt. Het diepste probleem is dus dat concrete en wetenschappelijk onderbouwde voorstellen om reële racistische discriminatie aan te pakken, onmiddellijk de nek worden omgewrongen.

Anti-racisme-filmpjes

Tot slot, de hele discussie rond het anti-racistische filmpje van Elke Decruyenaere. Zowel op de site van Knack als op De Afspraak mocht Liesbeth Homans aandragen dat ze het een problematisch filmpje vond. (En het feit dat ze op De Afspraak dat zonder tegenstem mocht doen en dat ze daar zonder tegenkanting feitelijk foutieve uitspraken mocht doen zoals ‘25% van ons politiekorps in Antwerpen heeft een allochtone achtergrond’, zegt opnieuw heel veel.) Haar voornaamste argument om het filmpje aan de schandpaal te nagelen bestond erin dat het eenrichtingsverkeer is, dat het niet enkel een probleem is dat uitgaat van autochtone Vlamingen ten aanzien van allochtonen en dat het dus nodeloos culpabiliserend is naar Vlamingen toe. Met ander woorder, ook onze huidige minister van gelijke kansen verloor de machtsverhoudingen compleet uit het oog.

Homans vergat daardoor dat een aanklacht rond de achterstelling van sommige groepen vooral de urgentie benadrukt om iets aan structurele uitsluiting en racisme te doen. Het is zelden de bedoeling om alle vormen van onrecht op hetzelfde moment aan te kaarten. Op vrouwendag, bijvoorbeeld, vraagt men toch ook niet om meer aandacht voor mannen die het slachtoffer werden van fysiek of mentaal geweld door vrouwen? Die bestaan nochtans ook.

Ik herhaal dus: racisme is niet gewoon een kwestie van wat wij-zij-denken onder verschillende bevolkingsgroepen.

Indien het filmpje van Decruynaere in een bepaalde optiek problematisch was, was dat dus niet zozeer omdat het eenzijdig was, maar wel omdat het evenmin focuste op waar het werkelijk omgaat. Het was immers geen poging om meer structurele mechanismen te ontbloten. Het filmpje van het platform Praktijktesten Nu dat op 21 maart gelanceerd werd, was op dat vlak anders. Dat filmpje vormde wel een expliciete aanklacht tegen de structurele uitsluiting van al wie om de één of andere reden een beetje ‘anders’ is dan de dominante norm. Maar, niet geheel onverwacht, werd dat filmpje dan weer niet door de media opgepikt. Enkel op Hautekiet kreeg het heel kort en in de marge een minuutje aandacht.

Omgekeerd racisme

Wat doorheen dergelijke mediadebatten dan ook sterk opvalt, is de snelheid waarmee de dominante groep de hele discussie rond racisme verengt tot pestgedrag, vooroordelen en/of wij-zij-denken. Wanneer je racisme aankaart wordt je ofwel in grote mate genegeerd ofwel onmiddellijk bekritiseerd met de woorden: “ja maar, die anderen doen dat toch ook? Er is toch ook veel omgekeerd racisme?”

Alleen heeft niemand ooit beweerd dat pesterijen, vooroordelen of wij-zij-denken niet zouden voorkomen in andere culturen. Niemand heeft ooit gezegd dat dat niet bestaat bij mensen met een migratieachtergrond. Uiteraard is het zo dat sommige personen met Maghrebijnse roots personen uit Sub-Sahara Afrika soms denigrerend behandelen, uiteraard is het zo dat sommige Vlamingen uit een gezin met migratieachtergrond zich soms laagdunkend uitlaten over Vlamingen uit een gezin zonder migratieachtergrond, uiteraard is het zo dat sommige vluchtelingen soms neerbuigend kunnen doen over ‘Westerlingen’. Maar dat is het punt helemaal niet. Een aanklacht tegen racisme is een aanklacht tegen dieperliggende en permanente machtsdynamieken. Het is geen aanklacht tegen occasioneel modderslingeren.

In die zin was het filmpje van Decruynaere misschien dan toch op zijn plaats. Want finaal zijn denigrerende uitspraken van personen die tot achtergestelde groepen behoren niet dezelfde als denigrerende uitspraken van personen die tot de dominante groep behoren. Wanneer een vrouw op straat zegt: “alle mannen zijn klootzakken” is dat niet hetzelfde als, pakweg, de uitspraken van en EU-parlementslid wanneer hij zegt dat “vrouwen zwakker, kleiner en dommer zijn en dat ze dus minder mogen verdienen”. Anders gezegd, de ene discriminerende uitspraak is de andere niet. De boodschap en impact van een uitspraak wordt steeds mee bepaald door de maatschappelijke context en de aanwezige machtsverhoudingen. Voor racistische uitspraken geldt net hetzelfde.

Dat werd misschien nog het meest gebald uitgedrukt door de Australische comedian Aamer Rahman in één van zijn bekende grappen: