'Vervang je koloniale bril door die van een kritische sociaal werker'

Op 23 november verscheen op VRT NWS een opinie met als titel De multiculturele samenleving is geen algeheel verhaal van rozengeur en maneschijn. Sociaal werker Sarah El Massaoudi Verryt kroop in haar pen en diende de auteur van antwoord. "Over witte privileges gesproken: een witte man die naar eigen zeggen niet opgegroeid is in een superdiverse context en niet opgeleid is om aan de slag te gaan met superdiversiteit wordt aangeworven als 'diversiteitsmanager'. Dat je ook daar geen vraagtekens bij plaatste – nu je al wel een aantal jaren ervaring zou hebben – maakte mij wat bezorgd."

Beste Pieter,

Toen ik de titel las van jouw opiniestuk - De multiculturele samenleving is geen algeheel verhaal van rozengeur en maneschijn, stelde ik mijzelf meteen de vraag welke samenleving dat wel is. Ook in een samenleving zonder veel etnisch-culturele diversiteit zijn er grote uitdagingen, die gaan van armoede tot uitsluiting en criminaliteit. Waar je dus met jouw titel wellicht de schijn van nuance wilde ophouden, val je door het culturaliseren van maatschappelijke problemen al meteen door de mand. Hoe meer ik las, hoe beter ik begreep dat je met iets meer woorden dan de doorsnee Vlaams Belanger de lezer duidelijk wil maken dat de “multikul is mislukt”.

Over witte privileges gesproken: een witte man die naar eigen zeggen niet opgegroeid is in een superdiverse context en niet opgeleid is om aan de slag te gaan met superdiversiteit wordt aangeworven als 'diversiteitsmanager'. Dat je ook daar geen vraagtekens bij plaatste maakte mij wat bezorgd.

Hoewel je jouw open brief afsluit met de conclusie dat we ons misschien vaker de waarom-vraag moeten stellen, lijkt het alsof je dat zelf bijzonder weinig doet. Zo haal je bijvoorbeeld terecht aan dat opleidingen sociaal werk hun studenten te weinig voorbereiden op de superdiverse samenleving waarin we leven, maar sta je verder niet stil bij de oorzaken hiervan. Zo zijn hogescholen tot op de dag van vandaag voornamelijk witte bastions, die zelf nog volop antwoorden zoeken op het zogenaamde diversiteitsvraagstuk. Dat dit zo is nadat er al meer dan een halve eeuw een steeds groter wordende aanwezigheid is van mensen met migratieroots, roept opnieuw vragen op. Daar heel diep op ingaan zou ons brengen bij grote thema’s zoals racisme, integratiebeleid (of het gebrek eraan), onderwijsongelijkheid en witte privileges.

Over witte privileges gesproken: een witte man die naar eigen zeggen niet opgegroeid is in een superdiverse context en niet opgeleid is om aan de slag te gaan met superdiversiteit wordt aangeworven als 'diversiteitsmanager'. Dat je ook daar geen vraagtekens bij plaatste – nu je al wel een aantal jaren ervaring zou hebben – maakte mij wat bezorgd.

Als diversiteitsmedewerker en sociaal werker is het immers belangrijk om niet enkel inzicht te hebben in machtsstructuren die spelen binnen een organisatie (en in de samenleving), maar ook om hiermee aan de slag te gaan. Om daartoe in staat te zijn, moet je zelf eerst loskomen van het idee dat samenleven met mensen met migratieroots iets is dat witte Vlamingen hooguit moeten ‘verdragen’ of ‘tolereren’. Waar jij deze houding lovenswaardig maar gebrekkig acht, omdat het de Vlaamse waarden en normen zou kunnen bedreigen, huiver ik vooral van het paternalisme erachter.

Dat alle burgers het met elkaar moeten doen en iedereen evenveel recht heeft om invulling te geven aan de samenleving, lijkt aan jou voorbij te gaan. Dit maak je nog eens pijnlijk duidelijk wanneer je jouw verontwaardiging uit over hoe een “Afrikaanse organisatie" (wellicht bedoel je een lokale zelforganisatie die zich richt op mensen met Afrikaanse roots) jou de deur wees toen je het inherent racistisch karakter van Zwarte Piet niet erkende.

Wat mij misschien nog het meest opviel bij de voorbeelden, is hoe je jouw anekdotische ervaringen opvoert alsof ze zouden vergoelijken dat je hierdoor mensen met migratieroots mag haten.

Het was slechts een van de verschillende anekdotes die je aanhaalde om te ‘bewijzen’ dat samenleven met mensen met migratieroots niet blijkt te werken. Wat je echter vooral hebt bewezen is dat je er niet in slaagt om je koloniale bril af te zetten en deze te vervangen door de bril van een kritische sociaal werker. Kritisch, zodat je kan zien dat de beslissingen die beleidsmakers nemen échte oplossingen in de weg staan die iedereen vooruit zouden kunnen helpen, waardoor er meteen minder voedingsbodem is om groepen tegen elkaar uit te spelen. En als een sociaal werker, zodat je het gedrag van mensen – terecht – in vraag kan stellen zonder het foutief te reduceren tot één aspect van hun identiteit.

Wat mij misschien nog het meest opviel bij de voorbeelden, is hoe je jouw anekdotische ervaringen opvoert alsof ze zouden vergoelijken dat je hierdoor mensen met migratieroots mag haten. Om jezelf dan trots op de borst te kloppen dat je ‘door de goeie allochtonen’ nog niet zover bent gekomen. Bovendien heb je door deze ervaringen blijkbaar begrip voor de negatieve gevoelens die er heersen jegens mensen met migratieroots. Dat je nergens in je tekst de structurele discriminatie waar etnisch-culturele minderheden tegenaan lopen bespreekt, laat staan aanklaagt, staat daar lijnrecht tegenover. Ook de manier waarop zij geportretteerd worden in de media en hoe dit de beeldvorming en de publieke opinie beïnvloedt, blijft onbenoemd.

Op dit punt verwondert het mij dan ook niet meer dat je op geen enkel moment erkenning geeft of enig begrip toont voor de bezorgdheden van die burgers. Diezelfde selectiviteit zagen we trouwens ook bij grote Verlichtingsdenkers, die bij het toepassen van hun idealen zich onder andere schuldig maakten aan seksisme en cultureel racisme.

Als jij pleit voor meer Verlichtingsdenken, laat mij dan vooral passen voor de invulling die jij er hier aan geeft. Het is een invulling waarbij er wel kritisch wordt gekeken naar de zogenaamde 'ander', maar vooral niet naar zichzelf.



Over de auteur:

Sarah El Massaoudi Verryt is sociaal werker en praktijklector Sociaal Werk.