De omvang van etnisch profileren bij de Belgische politie

In mei 2018 publiceerde Amnesty International een uitgebreid rapport rond etnisch profileren bij de Belgische politie. Het maakte nog maar eens duidelijk dat het thema veel hoger op de politieke agenda moet staan. Veiligheidsdiensten zouden in principe moeten instaan voor je bescherming, dus wanneer net die diensten je op een racistische manier viseren, dan voelt iemand zich als snel onveilig.

Het thema ‘etnisch profileren’ verschijnt slechts zeer sporadisch in de gevestigde media, en wanneer dat gebeurt, wordt er zelden onderzocht hoe groot het probleem al dan niet is. Het blijkt dus moeilijk om er een breed maatschappelijk debat rond te krijgen. Anne Claeys wou daar verandering in brengen. Als beleidsverantwoordelijke bij Amnesty International beet ze zich twee jaar vast in het onderwerp. Ze schreef ook het uiteindelijke onderzoeksrapport.

Op 28 maart vindt er in De Roma in Antwerpen een interactieve discussieavond plaats rond etnisch profileren. Een avond met een vertoning van de docu Verdacht, een reeks getuigenissen, een toelichting van Anne Claeys en een debat met politieke kopstukken. Klik hier voor meer info.

Heb je doorheen je onderzoek ook concrete cijfers kunnen achterhalen die aantonen hoe groot het probleem van etnisch profileren precies is?

Neen. Helaas. Dat is ook één van de grote problemen. Want er zijn wel degelijk voldoende factoren die aangeven dat etnisch profileren in België zonder twijfel bestaat.

Welke factoren zijn dat dan?

Niet alleen vertellen mensen met een familiale migratieachtergrond zelf dat ze het meemaken, ook bij jongerenwerkers is het een klacht die je vaak naar boven hoort komen en bovenal: politieagenten geven dat zelf aan. In mijn onderzoek sprak ik met zo’n vijftig mensen uit verschillende lagen van de politie en sommigen onder hen zeggen rechtuit: “Natuurlijk is het een realiteit. Ik doe het zelf ook.” En ook diegenen die er zichzelf niet aan bezondigen, geven aan dat ze weet hebben van collega’s die het wel doen.

En hoe legitimeren ze dat voor zichzelf?

Vaak vertrekken ze vanuit persoonlijke, anekdotische ervaringen. Als agent kom je vaak in situaties waar mensen verdacht zijn en onder stress staan. En als dat de enige manier is waarop je in contact komt met mensen met een familiale migratieachtergrond dan heeft dat natuurlijk een impact op je beeld. Sommigen zijn daardoor van mening dat ze hun job niet zouden kunnen doen zonder etnisch profileren. Zo was er bijvoorbeeld één agent die me zei: “Als ik weet dat er in de winkelstraat een diefstal is gepleegd, dan ga ik zoeken naar Roma en Marokkanen.” Zonder dat er ook maar één signalement is geweest!

Ik moet daar wel aan toevoegen dat er ook agenten en verantwoordelijken binnen de politie zijn die elke vorm van etnisch profileren heel sterk veroordelen. Eén van de vaststelling uit mijn onderzoek is dan ook dat de huidige wetgeving rond wie je wanneer en op welke wijze mag controleren soms heel breed en gevarieerd geïnterpreteerd wordt.

Er bestaan dus verschillende meningen over binnen de politie, maar dat het een reëel fenomeen is, wordt eigenlijk niet in twijfel getrokken.

Ook daarom is het van belang dat we meer cijfers zouden hebben. In de UK en bepaalde zones in Spanje worden op dit moment wel degelijk cijfers bijgehouden. En wat je ziet, is dat je pas dan een geïnformeerde discussie krijgt. Pas dan kan je je vragen stellen zoals: waar zit het probleem precies en hoe gaan we het aanpakken?

Hoe kan je daar dan cijfers over bekomen?

Laat ik Spanje als voorbeeld nemen. Een aantal jaren geleden merkten ze in een specifieke zone hoe slecht de relatie was tussen de politie en de bevolking. Eén van de grote klachten bleek de controles. Als gevolg daarvan werden de agenten er verplicht om bij elke controle bij te houden wie er gestopt werd, welke nationaliteit die persoon had, welke redelijke grond er was om hem of haar te stoppen en wat de uitkomst van de controle was. Door deze registratie kon je zien dat er inderdaad sprake was van etnisch profileren. Mensen met Noord-Afrikaanse roots werden vaker gecontroleerd dan witte Spanjaarden. En niet alleen werden ze vaker gecontroleerd, maar je zag ook dat er minder ‘pakkans’ was en dus minder aanleiding om die specifieke mensen te controleren.

Deze statistieken werden vervolgens gebruikt om de agenten te coachen en te begeleiden. Men confronteerde hen ook op individuele basis met hun eigen cijfers.

In een Engelse politiezone verloopt dat wat anders. Op basis van de bijgehouden cijfers en formulieren wordt eerst een selectie gemaakt van een aantal controles. Die selectie wordt vervolgens besproken in een comité waarin ook burgers zetelen. Zij bekijken dan of die controles terecht zijn of niet. Indien uit die evaluaties zou blijken dat een bepaalde agent systematisch etnisch profileert, dan kan dat ook gevolgen hebben voor zijn job. Je kan de gemeenschap dus ook betrekken in het tegengaan van etnisch profileren.

Heeft dat ook allemaal concreet effect?

In Spanje zag je na een paar maanden al dat de disproportionaliteit verminderde. Meer nog, het aantal controles halveerde en de ‘pakkans’ werd driemaal vergroot! Met andere woorden: wanneer je stopt met etnisch profileren, ga je efficiënter werken als politiedienst. Aan etnisch profileren wordt dus veel tijd en middelen gespendeerd die je beter op een andere manier kan investeren.

Dat is natuurlijk een loeihard argument dat je ook kan voorleggen aan de meer rechtse stemmen binnen de politie en de overheid. Waarom wordt er dan zo terughoudend mee omgegaan.

Zoals ik al aangaf, is één van de problemen in België een gebrek aan concrete cijfers. We hebben zelfs geen cijfers over het aantal identiteitscontroles die er dagelijks gebeuren. Wanneer een politie jouw identiteitskaart vraagt en inleest of noteert, dan zit dat weliswaar in hun databank, maar daar blijft het bij. Je kan een overzicht van die controles blijkbaar niet uit dat systeem exporteren. En zelfs als we dat konden doen, dan zouden we er niet veel wijzer van worden tenzij men ook bijkomende gegevens noteert zoals de culturele achtergrond van de personen in kwestie en de aanleiding van de controle. Het blijkt in België dus onmogelijk om op dit moment een duidelijker zicht te krijgen op hoeveel identiteitscontroles er zijn, hoeveel er positief of negatief zijn, wat de meest frequente redenen zijn, enz. Laat staan dat je cijfers kan vinden over de mate waarin men daarbij etnisch profileert.

Kunnen we dan iets leren uit cijfers van andere landen? Indien deze in de omliggende landen relatief gelijk zijn, kunnen we dat misschien ook extrapoleren naar België.

Elk land is natuurlijk anders en het is moeilijk om de cijfers te vergelijken, maar goed, in Frankrijk is er bijvoorbeeld een onderzoek gebeurd in de Gare du Nord van Parijs. Eerst werd dagenlang geteld hoeveel mensen er dagelijks passeren en welke culturele achtergronden ze hebben. Vervolgens ging men binnen die populatie kijken wie daar wordt uitgepikt. En telkens weer zie je dat zwarte mensen of mensen met een Noord-Afrikaanse roots er vaker worden uitgepikt. Zwarte mensen hebben 3 tot 11 keer meer kans dan witte mensen om gecontroleerd te worden, bij mensen van Noord-Afrikaanse afkomst is dat 2 tot 15 keer meer.

Biedt ons wettelijk systeem mogelijkheden om de politie te verplichten om hun gedrag op dit vlak te monitoren en etnisch profileren in kaart te brengen?

Op dit moment hebben we daar geen concrete wettelijke verplichtingen voor. Maar de politie of de burgemeester kunnen wel zelf beslissen om dat bijvoorbeeld in bepaalde lokale zones te doen. Ook de minister van binnenlandse zaken kan beslissen om dergelijke registratie in te voeren. Ik heb trouwens het gevoel dat er binnen de politie wel mensen zijn die er oren naar hebben en dat het thema er meer op de agenda komt, onder andere door de internationale uitwisseling hierover. Het lijkt me dat de interesse in de politiek op dit moment kleiner is.

Hoe komt dat volgens jou?

Op zich is discriminatie een thema dat op dit moment vrij veel aandacht krijgt in de politiek en de media, maar etnisch profileren is een nieuw onderdeel binnen het bredere debat. En als je het zelf nooit meemaakt, dan kan je zonder problemen in een wereld leven waarin dat niet lijkt te bestaan. Omgekeerd merk je ook dat mensen die elke week of elke maand wel eens worden gecontroleerd, dat uiteindelijk als een evidentie gaan beschouwen. Net daarom mag het onderwerp echt wat meer de voorgrond treden en moeten we aan een breed publiek verduidelijken hoe reëel en problematisch het is.

 

Dit is een klein en verwerkt onderdeel van een gesprek dat je in zijn geheel hieronder als podcast kan beluisteren. In die podcast hebben we het ook over de confirmation bias en de self-fulfilling prophecies van criminaliteitsstatistieken, over het gevaar van predictive policing op basis van big data die etnisch profileren onder een laagje ‘wetenschappelijkheid’ verhullen, over het gebrek aan een kritische houding van politieagenten onder elkaar waardoor een misplaatst ‘buikgevoel’ het soms van de rede overneemt.

Wil je op de hoogte blijven van onze volgende podcasts? Abonneer je dan op Koffie met Kif Kif via iTunes, Spotify, Stitcher of via je eigen favoriete podcast app.