Waarom Lamine Bangoura helaas niet de Belgische George Floyd is

Gisteravond laat las ik de eerste euforische berichten van bekenden en vrienden op sociale media: de agent die George Floyd vorig jaar verstikte met een knieklem is schuldig bevonden aan doodslag. Over acht weken wordt zijn vonnis uitgesproken - mogelijk tot veertig jaar gevangenisstraf. Ondertussen lijkt er in België een soort officieuze onschendbaarheid te gelden die de strafrechtelijke vervolging van de politieagenten verhindert.

Eindelijk, eindelijk klinkt er een tegengeluid, is er eens géén straffeloosheid voor de agenten en is er gerechtigheid voor George Floyd en zijn nabestaanden. En voor de vele mensen die zich hierover al zo lang uitspreken en zelfs hun levens hebben gewaagd tijdens de Black Lives Matter-protesten. 

Deze veroordeling is het resultaat van het werk van mensen die keer op keer druk hebben uitgeoefend, die het onrecht, het politiegeweld en racisme onvermoeibaar hebben blootgelegd en aangeklaagd. Ik wil de opluchting en euforie dan ook niet bagatelliseren of breken. Het is inderdaad een enorm grote stap. Toch blijft er iets aan me knagen.

Ook Lamine stierf door verstikking nadat hij vastgehouden werd met het volle gewicht van agenten op zijn nek. Ook Lamine had geen misdaad begaan. Ook Lamine werd gecriminaliseerd door de politie en door verschillende kranten. Tot gisteravond kon Lamine inderdaad de Belgische George Floyd genoemd worden. 

De dood van George Floyd is namelijk geen incident. De moord heeft plaatsgevonden in een context van structureel racisme, dat tot diep in onze maatschappijen, systemen en structuren geworteld is. George Floyd is helaas niet alleen. 

Want hoe zit het met alle andere George Floyds, in het verleden, nu, en in de toekomst? In de VS en op andere plekken in de wereld? Hoe zit het bijvoorbeeld met Lamine Bangoura, die meermaals de 'Belgische George Floyd’ werd genoemd?

In veel opzichten is Lamine Bangoura inderdaad een Belgische George Floyd. Ook Lamine kwam om het leven tijdens een politie-interventie. Ook Lamine kon niet ademen. Ook Lamine stierf door verstikking nadat hij vastgehouden werd met het volle gewicht van agenten op zijn nek. Ook Lamine had geen misdaad begaan - hij had alleen een huurachterstand. Ook Lamine werd gecriminaliseerd door de politie en door verschillende kranten. Tot gisteravond kon Lamine inderdaad de Belgische George Floyd genoemd worden. 

Maar nu is hij dat niet meer. Niet omdat er geen gelijkenissen zouden zijn tussen het politiegeweld bij George Floyd en bij Lamine Bangoura zoals enkele kranten eerder wel durfden te beweren. Het heeft enkel en alleen te maken met het feit dat de agent die George Floyd doodde gisteravond schuldig werd bevonden. De volksjury bevestigde unaniem alle drie de aanklachten die er tegen hem liepen: second degree unintentional murder (onopzettelijke doodslag), third degree murder (doodslag door nalatigheid) en second degree murder (doodslag). 

Ondanks dat het voor de familie van George Floyd natuurlijk een zeer wrange overwinning is, heerste er toch een triomfsfeer, buiten aan het gerechtsgebouw in Minneapolis. Terecht, want dit is een van de eerste keren dat een agent in de VS daadwerkelijk veroordeeld wordt na een geval van buitensporig geweld.

Dit in schril contrast met de sfeer in Gent op 16 Maart dit jaar, de dag waarop de Kamer van Inbeschuldigingstelling het arrest in de zaak van Lamine Bangoura naar buiten bracht. Bijna een jaar eerder besliste de raadkamer om de agenten buiten vervolging te stellen. De nabestaanden van de familie van Lamine gingen echter in beroep tegen deze beslissing en op 16 maart maakte het Hof zijn beslissing bekend. 

Toen ik die dag aankwam in Gent stond er vlakbij de rechtbank een klein groepje mensen: de familie van Lamine, enkele activisten en Alexis Deswaef, de advocaat van de familie. Er werden twee spandoeken uitgerold. Enkele passanten slenterden voorbij in de druilerige regen en wierpen een korte blik op de tekst ‘Justice Pour Lamine’. Er heerste een verslagen sfeer. 

Gerechtigheid voor Lamine is niet alleen van belang voor Lamines nabestaanden, maar ook een noodzakelijke stap in de strijd tegen institutioneel racisme en politiegeweld.

Even daarvoor had het Hof zijn beslissing bekend gemaakt: de agenten zouden niet worden vervolgd. De zaak zou dus niet niet worden doorverwezen naar de strafrechtbank, en was daarmee afgedaan. 

Ook in het geval van Lamine dienden de aanklagers (Lamines nabestaanden) drie gelijksoortige aanklachten in tegen de betrokken agenten: doodslag, ‘opzettelijke slagen of verwondingen zonder het oogmerk om te doden, die toch de dood hebben veroorzaakt’, en ‘door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, maar zonder om de persoon van een ander aan te randen, onopzettelijk de dood te hebben veroorzaakt.’ In het geval van Lamine werden al deze aanklachten van tafel geveegd. 
Lamine, die dit niet meer kan navertellen, wordt zelf verantwoordelijk gehouden voor zijn dood. 

Lamine, die na al die jaren nog altijd in een Brusselse koelcel ligt.

Er is iemand gestorven in handen van de politie, het onderzoek naar de toedracht van zijn dood bevat leugens en valse beschuldigingen, en toch komt er niet eens een proces. In plaats daarvan wordt het geweld dat de agenten gebruikten beoordeeld als ‘gerechtvaardigd en proportioneel’. Er lijkt in België een soort officieuze onschendbaarheid te gelden die de strafrechtelijke vervolging van de politieagenten verhindert. Het is een van de vele voorbeelden van het racisme dat tot diep in onze rechtssystemen doorsijpelt. En erger nog, juist dat structurele racisme wordt in het arrest van de Kamer van Inbeschuldigingstelling volledig ontkend en zelfs als tegenargument gebruikt De Kamer schrijft daarin namelijk het volgende:

"[De aanklagers laten zich] te gemakkelijk (...) meedrijven in een beweging waarbij zowat elk politieoptreden ten aanzien van personen met een andere achtergrond als ingegeven door racisme wordt beschouwd zonder daarbij de achterliggende motieven van de tussenkomst ernstig en objectief te willen benaderen vanuit de specifieke taak van de overheid in het algemeen en de politie in het bijzonder.”

Het klinkt misschien wat wrang, maar sinds gisteravond zou ik willen dat Lamine Bangoura de Belgische George Floyd was. Gerechtigheid voor Lamine is niet alleen van belang voor Lamine’s nabestaanden, maar ook een noodzakelijke stap in de strijd tegen institutioneel racisme en politiegeweld. Voor het doorbreken van een systeem waarin racistisch en dodelijk politiegeweld toegedekt kan worden.Laat de uitspraak in de zaak van George Floyd een precedent zijn. Laat dit leiden tot het heropenen van andere zaken, in de VS, in Belgie en in de rest van de wereld.

Gerechtigheid voor alle slachtoffers van politiegeweld.



Over de auteur:

Karin Schuitema studeerde archeologie van het Midden-Oosten en deed onderzoek in onder andere Syrië, Egypte en Turkije. Haar onderzoek kwam steeds meer op het snijvlak van geschiedenis, antropologie en politiek te liggen. Zo voerde zij etnografisch en stedelijk onderzoek uit in Istanbul en werkte zij als onderzoeker in conflictstudies op Cyprus. Zowel in deze landen als in Nederland was zij op zowel persoonlijk als op onderzoeksvlak betrokken bij het thema migratie. Visueel beeld, met name fotografie, is vaak een belangrijk onderdeel van haar werk en onderzoek.